14. Aspirant-zelfstandigen  
14.1 Voorbereiding op het ondernemerschap  
14.1.1 Doelgroep voorbereidingsperiode  
14.1.2 Beide partners doen beroep op voorbereidingstraject  
14.1.3 Criteria voor toelating voorbereidingstraject  
14.1.3.1 Belemmeringen voor toelating voorbereidingstraject  
14.1.4 Opleidingen tijdens het voorbereidingstraject  
14.2 Ontheffing en verplichtingen  
14.2.1 Taken van de begeleidingsorganisatie  
14.3 Bijstand tijdens het voorbereidingstraject  
14.3.1 Voorbereidingskrediet  
14.3.2 Declarabiliteit WWB-uitkering gedurende de voorbereidingsperiode  
14.3.3 Beëindiging bijstandsuitkering vóór einde traject  
14.3.4 Regeling bescheiden schaal  
14.3.4.1 Groei naar het zelfstandig ondernemerschap  

14                  Aspirant-zelfstandigen

Uitstroom naar eigen bedrijf
Het starten van een eigen bedrijf, waaronder tevens wordt verstaan een zelfstandig beroep, is een uitstroominstrument net zoals het stimuleren van arbeid in loondienst dat is.

Als het starten van een eigen bedrijf naar verwachting de snelste wijze is om uit de bijstand uit te stromen, dan onderzoekt de klantmanager of de plannen voor dat eigen bedrijf bij klanten voldoende serieus zijn en beoordeelt of er geen andere belemmeringen zijn om in de toekomst een eigen bedrijf te starten of zelfstandig beroep uit te oefenen.

Er komt veel kijken bij het opzetten van een eigen bedrijf. Bovendien zijn de risico's van een eigen bedrijf groot. Niet iedereen is hiervoor geschikt. Een tijdige, goede voorbereiding is dan ook essentieel.

14.1                  Voorbereiding op het ondernemerschap

Met de “pré-startregeling” krijgen WWB-klanten een voorbereidingsperiode van maximaal 12 maanden om zich te oriënteren op het zelfstandig ondernemerschap (art. 2 lid 3 Bbz 2004).

Doel van de regeling is dat de klant aan het einde van het voorbereidingstraject in staat is om succesvol een onderneming te starten. Het moet aannemelijk zijn dat de klant na de voorbereidingsperiode met succes een vervolgaanvraag kan indienen op grond van het Bbz.

14.1.1                             Doelgroep voorbereidingsperiode

De voorbereidingsperiode geldt alleen voor klanten die algemene bijstand ontvangen en dus niet voor mensen met een IOAW- of IOAZ-uitkering.

Grote afstand tot de arbeidsmarkt
Het voorbereidingstraject is vooral bedoeld voor klanten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Bij een (echt)paar moet je niet alleen naar de arbeidsmarktpositie van de aanvrager kijken, maar ook die van de partner beoordelen. Als de partner kansrijk is op de arbeidsmarkt en snel kan uitstromen uit de WWB, dan kan de aanvrager geen gebruik maken van het voorbereidingstraject.

Grote afstand tot zelfstandig ondernemerschap
De klanten die in aanmerking willen komen voor het voorbereidingstraject geven te kennen dat zij een bestaan als zelfstandig ondernemer ambiëren. Maar op zich hebben zij nog een grote afstand tot het zelfstandig ondernemerschap. Deze klanten hebben nog onvoldoende zicht op hun eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. Toch bestaat de verwachting dat zij na begeleiding wel degelijk in staat zijn om als zelfstandig ondernemer in hun levensonderhoud te voorzien.

14.1.2                             Beide partners doen beroep op voorbereidingstraject

Ambiëren beide partners een bestaan als ondernemer, en hebben zij nog een relatief grote afstand tot het zelfstandig ondernemerschap, dan kunnen beide partners afzonderlijk of – als zij van plan zijn om één gezamenlijke onderneming te starten – samen een beroep doen op de pré-startregeling.

14.1.3                         Criteria voor toelating voorbereidingstraject

14.1.3.1                             Belemmeringen voor toelating voorbereidingstraject

Als er financiële of persoonlijke belemmeringen zijn die de start van een succesvolle onderneming in de weg staan, komt een klant met bijstand niet in aanmerking voor de voorbereidingsperiode.

Als de klant al een traject of scholing doorloopt gericht op arbeid in loondienst, doorkruist dat deelname aan een voorbereidingstraject. Overweeg dan om deelname niet toe te staan.

14.1.4                        Opleidingen tijdens het voorbereidingstraject

Een opleiding in het voorbereidingstraject staat altijd ten dienste van het ondernemingsplan dat de klant gaat opstellen, en van het starten van de onderneming. De klant moet de cursus of opleiding binnen de voorbereidingsperiode afronden.
Alleen trainingen die binnen het contract vallen dat de Dienst Werk en Inkomen met de organisatie heeft gemaakt zijn mogelijk. Deze trainingen zijn altijd noodzakelijk. Incidenteel kan, naast de trainingen die contractueel zijn vastgelegd, op individuele basis scholing ingezet worden. De klantmanager beoordeelt de noodzaak. Vervolgens vermeldt de klantmanager de gewenste opleiding en het instituut, geeft achtergrondinformatie over de klant en meldt de klant, via RAAK, aan bij Productontwikkeling & Inkoop, Werkbedrijf. Deze afdeling verzorgt de aanmelding bij het scholingsinstituut, regelt de betaling en informeert de klantmanager hierover. Overigens is de werkafspraak met de contractpartners dat geen scholing buiten het contract wordt geadviseerd, tenzij een (kortdurende) cursus noodzakelijk is voor een rechtmatige vestiging van het bedrijf of zelfstandig beroep. Bijvoorbeeld wel een cursus sociale hygiëne, maar geen opleiding webdesign omdat iemand zelfstandig webdesigner wil worden en ook geen opleiding tot rij-instructeur, omdat er geen sprake is van een (kortdurende) cursus.

14.2                  Ontheffing en verplichtingen

Tijdens de voorbereidingsperiode zet de Dienst Werk en Inkomen de uitkering voort en hoeft de klant niet te solliciteren. Deze ontheffing van de sollicitatieverplichting geldt niet voor de partner, tenzij die ook het voorbereidingstraject volgt.

Het voorbereidingstraject is niet vrijblijvend. De klant moet begeleiding van een deskundige aanvaarden en scholing volgen.
Als de klant niet meewerkt, trek je de toestemming in om gebruik te maken van het voorbereidingstraject. Er volgt een verlaging op de WWB-uitkering volgens de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand.

14.2.1                         Taken van de begeleidingsorganisatie

De begeleidingsorganisatie maakt de volgende rapporten en verslagen:

Als de klanten een voorbereidingskrediet aanvraagt, rapporteert de instelling over de noodzaak en de bestemming van het krediet.

14.3                   Bijstand tijdens het voorbereidingstraject

14.3.1                         Voorbereidingskrediet

Klanten die in verband met het voorbereidingstraject kosten moeten maken, kunnen daarvoor bijstand krijgen: het zogeheten “voorbereidingskrediet”. Om wat voor kosten gaat het? Bijvoorbeeld kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor kleine investeringen bij de voorbereiding. Een voorbereidingskrediet moet door de klant bij het Marktplein worden aangevraagd. Hiervoor bestaat een apart aanvraagformulier.

De begeleidingsorganisatie brengt een gemotiveerd advies uit over de noodzaak en bestemming van het krediet. Dit krediet heeft in eerste instantie de vorm van een renteloze lening:

14.3.2                         Declarabiliteit WWB-uitkering gedurende de voorbereidingsperiode

De WWB is een budgetregeling en geen declararatieregeling. Hierop is één uitzondering: gedurende het voorbereidingstraject is de WWB-uitkering voor 75% declarabel bij het Rijk. Dat staat in artikel 48, eerste lid, onderdeel a, Bbz 2004. Ook de kosten van het begeleidingstraject (uitgezonderd de opleidingen en cursussen) en het voorbereidingskrediet zijn declarabel bij het rijk. PCF verzorgt de declaratie met behulp van gegevens uit RAAK. Het is daarom van groot belang dat de gegevens uit RAAK volledig en juist zijn.

14.3.3                         Beëindiging bijstandsuitkering voor einde traject

Als de partner van de klant werk vindt tijdens het voorbereidingstraject, en de bijstandsuitkering kan op grond daarvan worden stopgezet, dan kan de klant, die al vergevorderd is in zijn voorbereidingstraject, gebruik blijven maken van de pré-startregeling. Het zou namelijk onbillijk zijn als hij de voorbereiding zou moeten afbreken.

14.3.4                        Regeling bescheiden schaal

Als de klant tijdens het voorbereidingstraject wat bescheiden werkzaamheden wil gaan verrichten voor eigen rekening en risico, moet hij dat aanvragen. Zie voor de uitvoering van de Regeling bescheiden schaal Hoofdstuk 6. Middelen

14.3.4.1                        Groei naar het zelfstandig ondernemerschap

Zijn de werkzaamheden meer dan 23,5 uur per week of is er sprake van ondernemersaftrek (zelfstandigen- of startersaftrek) verwijs klanten dan tijdig naar het team Zelfstandigen. Dit team kan dan beoordelen of de klant in aanmerking komt voor de startersfaciliteiten van Bbz.

Als de werkzaamheden en de tijd die daarmee is gemoeid, of het inkomen uit de werkzaamheden, uitkomen boven de vastgestelde grenzen, moet de klant, met zijn eventuele partner, binnen redelijke termijn een keuze gaan maken: