| 12 | Derdenbeslag | |
| 12.1 | Wie mag beslag leggen? | |
| 12.2 | Tips en waarschuwingen | |
| 12.3 | Preferentie en concurrentie | |
| 12.4 | Procedure derdenbeslag | |
| 12.4.1 | Informatieverzoek ex artikel 475g lid 3 | |
| 12.4.2 | De beslaglegging | |
| 12.4.2.1 | De “verklaring derdenbeslag” | |
| 12.4.2.2 | De sommatie | |
| 12.4.2.3 | Bij geen uitkering | |
| 12.4.2.4 | Bij een lopende uitkering | |
| 12.4.3 | De inhouding en afdracht van de gelden | |
| 12.4.4 | Het bevel tot betaling | |
| 12.4.5 | De dagvaarding | |
| 12.4.6 | Het einde van de uitkering | |
| 12.5 | De bestuursrechtelijke premieheffing | |
| 12.5.1 | Bestuursrechtelijke premie en standaardpremie | |
| 12.5.2 | Broninhouding | |
| 12.5.2.1 | Broninhouding op een uitkering | |
| 12.5.2.2 | Acceptgirokaarten CJIB | |
| 12.5.2.3 | Broninhouding op een uitkering en inhouding beslag | |
| 12.5.3 | Einde van de bestuursrechtelijke premieheffing | |
| 12.5.4 | Betaling van de ingehouden premie door DWI aan het CVZ | |
| 12.5.5 | Tips en waarschuwingen bij bestuursrechtelijke premieheffing | |
| 12.5.6 | Contactgegevens CVZ |
Achtergrond en doelstelling
Regelmatig leggen schuldeisers beslag onder de gemeente op uitkeringen van klanten. De dienst is verplicht om:
Let op: het is zaak hiermee precies om te gaan. Verzuim kan DWI extra kosten opleveren.
In dit hoofdstuk betekent “de Dienst Werk en Inkomen” ook: “de gemeente als rechtspersoon”. Het derdenbeslag is geregeld in de artikelen 475 t/m 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); het gaat om civielrechtelijke procedures.De beslaglegger is de feitelijke schuldeiser, bijvoorbeeld een bedrijf, bank of instelling. Om beslag te mogen leggen is een uitspraak van de rechter vereist, de "executoriale titel". In opdracht van de beslaglegger voert een deurwaarder de beslaglegging uit.
Ook een incassobureau mag zonder uitspraak van de rechter geen informatie opvragen of beslag leggen en is verplicht hiervoor een deurwaarder in te schakelen.
Sommige schuldeisers mogen het beslag zonder deurwaarder uitvoeren, zij hebben een bij wet geregelde executoriale titel. Dit heet vereenvoudigd derdenbeslag.
Voorbeelden:
De belangrijkste invorderingsmaatregel waar de CVZ gebruik van maakt is eigenlijk geen vereenvoudigd derdenbeslag, maar wordt “broninhouding” genoemd. Omdat het effect van deze maatregel hetzelfde is voor de klant (ontvangen van minder uitkering, omdat een gedeelte direct wordt overgemaakt aan een schuldeiser), wordt het toch in dit hoofdstuk beschreven. Zie voor verdere uitleg 12.5 De bestuursrechtelijke premieheffing.
Als in dit hoofdstuk de term “Deurwaarder”wordt gebruikt, kan dat ook betrekking hebben op één eerdergenoemde instanties.
Preferentie van vorderingen
Bij
het uitvoeren van beslag door derden speelt regelmatig de vraag: wie gaat er voor?
De inhouding voor onszelf (zowel
voor een schuld als een lening) moet worden gezien als “verrekenen” (artikel
6:130 lid 1 Burgerlijk Wetboek). Het verrekenen
van bijstand met bijstand gaat vóór beslag. De reden: onze vordering op de klant
komt voort uit dezelfde rechtsverhouding als de betaling waarmee verrekend wordt.
Is er lopend beslag en er ontstaat bij de dienst een nieuwe vordering op klant dan kan verrekening plaatsvinden ten koste van dit lopende beslag.
Dit geldt ook als er bij de beëindiging van de uitkering een nieuwe vordering ontstaat op klant.
Is er een lopend beslag en vraagt klant een nieuwe lening aan, houd dan rekening met de richtlijnen in 9.6.4
De aflossing van de lening.
Leningen van GKA waarvoor wij inhouden, komen voort uit een andere rechtsverhouding. De inhoudingen zijn niet preferent op onze eigen vorderingen of op beslag.
Preferentie tussen beslagleggers onderling
Het is niet aan DWI om te bepalen wie er voor gaat op wie. Op grond van de informatie die wij verstrekken, moet de beslaglegger of de deurwaarder zelf beslissen of
hij het beslag kan effectueren.
Er zijn wel bevoorrechte schuldeisers. Bij beslaglegging hebben we meestal te maken met deurwaarders, de Rijksbelastingdienst en de Gemeentebelastingen. Houd deze volgorde aan:
Pas hierna komen “gewone “schuldeisers, zoals verhuurders, energiebedrijven en postorderbedrijven aan de beurt.
Bedenk wel dat de broninhouding hier nog eigenlijk boven staat. Zie verder ook 12.5.2 Broninhouding.
Zijn er meerdere beslagleggers van dezelfde orde, dan zijn deze concurrent. De beslaglegger die het eerst beslag heeft gelegd, moet onderhandelen met de andere schuldeisers over de verdeling van de beslagruimte. Verwijs daarom een tweede beslaglegger altijd meteen naar de eerste beslaglegger; DWI gaat hier niet tussen zitten!. Als Gemeentebelastingen invordert op basis van de Invorderingswet 1990 zal Gemeentebelastingen – nadat verwezen is naar de eerste beslaglegger – uiteindelijke zorgen voor de verdeling van de beslagruimte, ook als er al eerder beslag is gelegd door een gerechtsdeurwaarder.
Zie verder 12.4.1 Informatieverzoek ex artikel 475g
lid 31 en 12.4.2.4 Bij een lopende uitkering.
De onderliggende paragrafen geven informatie over de verschillende stappen in de procedure:
In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is opgenomen dat DWI kosteloos informatie moet verstrekken, om te voorkomen dat er nodeloos beslag wordt gelegd en kosten worden gemaakt.
Digitale informatieverstrekking deurwaarders
Met ingang van 24 oktober 2011 maakt DWI gebruik van een portaal van de Stichting Nederlandse Gerechtsdeurwaarders (SNG). Mogelijke beslagleggers – die zijn aangesloten bij de SNG– kunnen zelf de relevante uitkeringsinformatie digitaal inzien.
De aangesloten deurwaarders zijn geïnformeerd dat zij de informatie niet meer schriftelijk kunnen opvragen maar dit via het SNG-portaal moeten doen.
Aangesloten partijen bij de SNG
Alle gerechtsdeurwaarders in Nederland zijn aangesloten bij de SNG en kunnen daarom digitaal de benodigde informatie opvragen. Daarnaast zijn er nog enkele instanties aangesloten bij de SNG, die niet langer schriftelijke infoverzoeken kunnen versturen. Hieronder volgt een overzicht van de aangesloten partijen.
Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland |
Gemeenschappelijke Belasting- en RegistratieDienst (GBRD) – Parkstad Limburg |
Gemeente Bergen op Zoom |
Gemeente Capelle aan den IJssel |
Gemeente Geldrop-Mierlo |
Gemeente Harderwijk |
Gemeente Opsterland |
Gemeente Roosendaal |
Gemeentelijke Belastingkantoor Twente |
Hefpunt (regionaal belastingkantoor in noord Nederland, voor waterschappen/gemeenten) |
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier |
Lococensus – Tricijn |
Regionale Belasting Groep |
Waternet |
Waterschap Scheldestromen |
Alle gerechtsdeurwaarderskantoren in Nederland |
Informatieverzoeken van niet-aangesloten partijen
Alle bovengenoemde partijen verzenden geen schriftelijke informatieverzoeken meer naar DWI. Wel zal DWI nog schriftelijke informatieverzoeken ontvangen van partijen die niet zijn aangesloten, zoals bijvoorbeeld het UWV of het LBIO die mogelijk beslag willen leggen op de uitkering van een klant. Schriftelijke informatieverzoeken van niet aangesloten instanties zullen wel afgehandeld moeten worden.
Dienst Werk en Inkomen is verplicht om in ieder geval informatie te verstrekken op de volgende onderdelen:
Tel het saldo van alle concurrente beslagleggingen bij elkaar op.
Na ontvangst van onze informatie legt de deurwaarder beslag met het beslagexploot. Hieraan gehecht zijn twee identieke exemplaren van het formulier “verklaring derdenbeslag” (soms ook “derdenverklaring” genoemd) met een toelichting.
Met het formulier verklaring derdenbeslag doe je officieel opgave aan de beslaglegger van alle gegevens, die van belang zijn. De wet verplicht DWI om dit binnen 4 weken te doen. Bij beslaglegging door de belastingdienst zelfs binnen 2 weken.
Let op: er zijn dus twee termijnen. Houd je nauwkeurig aan de termijn, anders komen de kosten voor rekening van DWI. Dateer en onderteken daartoe de verklaring duidelijk bij beantwoording.
Stuur de verklaring derdenbeslag altijd volledig ingevuld aan de deurwaarder, ook als beslag niet mogelijk is. Beslag is niet mogelijk als:
Voldoe je niet binnen de gestelde termijn van 4 weken aan het verzoek verklaring derdenbeslag? Dan wordt de gemeente veroordeeld tot betaling van de hele schuld van de klant, waarvoor de deurwaarder beslag heeft gelegd (art. 477a lid 1 Rv). Dit is alleen nog te voorkomen door alsnog verklaring te doen .
De in dat geval nodeloos gemaakte kosten dient de dienst zelf te betalen. Die kosten kun je uiteraard niet aan de klant in rekening brengen: DWI is zelf aansprakelijk voor dit verzuim. Zie verder 12.4.5 De dagvaarding.
Als er een aanvraag van de klant in behandeling is, retourneer de verklaring derdenbeslag dan met de mededeling dat een aanvraag in behandeling is. Zodra de uitkering wordt toegekend, voer je het beslag alsnog uit.
Is de uitkering beëindigd en heeft de klant op de datum van het informatieverzoek geen nieuwe aanvraag gedaan, dan is de zaak afgedaan zodra je de verklaring derdenbeslag hebt teruggestuurd.
Voeg het exploot en de kopie van de verklaring derdenbeslag bij het dossier.
DWI gaat ervan uit dat de beslaglegging niet herleeft als de klant later opnieuw een uitkering aanvraagt en krijgt toegekend. Ten eerste is het de verantwoordelijkheid van de beslaglegger om achter zijn debiteur aan te gaan. Ten tweede kan de schuld inmiddels zijn afgelost en dan zou een inhouding onterecht zijn.
Als een uitkering loopt, vul dan alle gevraagde informatie op de verklaring derdenbeslag in.
Is er al eerder beslag gelegd? Vermeld dan de eventuele preferente beslaglegger(s) of de verdelende deurwaarder voor concurrente beslagleggers. De wet regelt, dat de eerst beslagleggende deurwaarder zorgt voor de verdeling van de gelden (art. 478 lid 1 Rv). De nieuwe deurwaarder zal zich zelf moeten melden bij de verdelende deurwaarder.
Een uitzondering is de situatie waarin Gemeentebelastingen gaat invorderen op grond van de Invorderingswet 1990 terwijl er al een beslag door een gerechtsdeurwaarder lag op de uitkering. De Gemeentebelastingen zal bij concurrente vorderingen dan voor de verdeling van de beslagruimte zorgen.
Het is immers de taak van Gemeentebelastingen om in overleg met de eerdere beslaglegger vast te stellen dat er sprake is van concurrente vorderingen. Gemeentebelastingen informeert de eerdere beslaglegger dan schriftelijk dat Gemeentebelastingen voor de verdere verdeling van de gelden zal zorgen. Een kopie van deze brief gaat naar de Dienst Werk en Inkomen. Zodra je deze brief hebt ontvangen maak je de gelden ter hoogte van de beslagruimte over aan Gemeentebelastingen.
Tel het saldo van alle concurrente beslagleggers op bij de lopende schuldrekening in NUS.
Meldt zich een nieuwe concurrente beslaglegger en het beslag is vrijwel afgelost, bijvoorbeeld nog 3 maanden te gaan?
Voer dan toch een nieuwe schuldrekening op, ook al is de vervolgbeslaglegger niet preferent. Hiermee bereik je dat de eerste beslaglegger zich terugtrekt. Hij is immers bijna klaar met zijn beslaglegging. Zonder een nieuwe schuldrekening zou deze eerste beslaglegger alsnog als verdeler moeten optreden voor de volgende deurwaarder.
Is de eerste beslaglegger geen deurwaarder (bijv. Gemeentebelastingen of het LBIO), of er is een preferente beslaglegger (zoals de Rijksbelastingdienst), voer dan altijd een aparte schuldrekening op.
Let op: er kan ook een schuldrekening ten gunste van het GKA aanwezig zijn in verband met een lening. Deze valt buiten het bestek van dit hoofdstuk. De inhoudingen hebben ook een andere componentcode dan beslaglegging.
De Dienst Werk en Inkomen hoeft de klant niet in te lichten over het beslag. De deurwaarder of beslaglegger
is verplicht om zelf de klant per exploot te informeren over het gelegde beslag op de uitkering. Dit heet overbetekenen.
Stel bij een lopende
uitkering de deurwaarder aan wie op dat moment wordt uitbetaald op de hoogte van een tijdelijke onderbreking (opschorting of blokkade). Ook licht je hem in wanneer de betalingen stoppen, omdat een preferente beslaglegger zich heeft gemeld, of een DWI-vordering zal worden verrekend.
Zodra de preferente vordering is voldaan of de DWI-vordering is verrekend, herstel je het oude beslag weer.
Wanneer de deurwaarder het beslagexploot aan DWI toezendt, dan dient dit zo snel mogelijk en zonder tegenspraak uitgevoerd te worden.
Onthoudt hierbij: datum beslagexploot = aanvangsdatum beslaglegging.
Hieronder volgt een globaal overzicht van de betalingen die vatbaar zijn voor beslag
Betalingen die vallen onder beslag |
Betalingen die niet vallen onder beslag |
Uitkering levensonderhoud |
Bijzondere bijstand o.g.v. art. 46, lid 2 WWB |
Gemeentelijke stimuleringspremies |
|
Uitbetaling vakantiegeld; ook de |
|
Betalingen met terugwerkende kracht van uitkering levensonderhoud |
|
Als de Dienst Werk en Inkomen inhoudt om een lening af te lossen, dan kan mogelijk wel (een deel van) het vakantiegeld in juni naar de deurwaarder en/of beslaglegger. Dit hangt af van het percentage van de uitkering waarmee de lening wordt afgelost. Zie ook 9.6.4 Regeling woninginrichting dak- en thuislozen
Wanneer de deurwaarder een beslagvrije voet opgeeft, dan heeft DWI zich aan deze beslagvrije voet te houden. Het is niet de taak van DWI om de beslagvrije voet die de deurwaarder hanteert in twijfel te trekken. De CRvB heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak van 21-12-2010 (LJN: BO9009).
Het is uiteraard wel mogelijk om met de deurwaarder contact op te nemen wanneer er onduidelijkheid is over de gehanteerde beslagvrije voet. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, als er tussentijds een normwijziging heeft plaatsgehad en de deurwaarder had die informatie nog niet ten tijde van de vaststelling van de beslagvrije voet. Als de deurwaarder echter blijft bij de eerder opgegeven beslagvrije voet, dan moet DWI die beslagvrije voet ook aanhouden!
Is de klant door de Rechtbank toegelaten tot de WSNP, verwijs de deurwaarder dan direct door naar de bewindvoerder en voer het beslag niet uit.
Ondanks dat het niet aan de DWI is om de beslagvrije voet van de deurwaarder in twijfel te trekken, wordt wel kort aangegeven hoe deze tot stand komt.
Voor de vaststelling van de beslagvrije voet gelden de rekenregels voor beslaglegging (art. 475d Rv). Standaard is deze 90% van de geldende bijstandsnorm voor de klant.
Overigens zegt dat art. 475d lid 1 sub b onder 1 Rv eigenlijk dat als uitgangspunt bij de vaststelling van de beslagvrije voet 90% van het bekende inkomen bedraagt, waarbij de beslagvrije voet:
Beslagleggers kunnen de beslagvrije voet dan ook tussen deze bandbreedte vaststellen.
Houdt er rekening mee dat Rijksbelastingdienst en Gemeentebelastingen een beslagvrije voet kunnen vaststellen van 81%, als zij invorderen op grond van de Invorderingswet 1990.
Verhoging beslagvrije voet:
De beslagvrije voet dient verhoogd te worden met de totale premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de schuldenaar geldt ingevolge het eerste, tweede en vierde lid én met de krachtens die wet ontvangen zorgtoeslag.
NB: als de klant is aangemeld bij het CVZ en deze is de bestuursrechtelijke premie verschuldigd, dan komt dit laatste in de plaats van het bedrag van de reguliere zorgverzekering. Zie ook 12.5.2.3 Broninhouding op een uitkering en inhouding beslag
Als blijkt dat de deurwaarder niet of niet juist de beslagvrije voet heeft verhoogd, informaar dan de klant hierover. In Socrates kan daarvoor het Model “Beslag uitvoeren of niet; brief aan klant” gebruikt worden. Deze is te vinden onder “WWB Brieven”. Hiermee adviseer je de klant dat deze.
Voor de controle kan je de berekeningsmodule Beslag in Bermod gebruiken.
Voorbeeld berekening inhouding voor beslag:
Berekening 2011
Norm |
|
€ 1182,47 |
Inkomen |
|
€ 400,00 -/- |
Inkomensvrijlating WWB (*) |
|
€ 100,00 + |
Vakantiegeld over inkomen |
|
€ 24,00 -/- |
WWB |
|
€ 858,47 |
Vakantietoeslag WWB (5,0 %) |
|
€ 42,92 -/- |
Uitbetaalde WWB |
|
€ 815,55 |
Inkomen |
|
€ 400,00 + |
Besteedbaar inkomen |
|
€ 1215,55 |
Beslagvrije voet 90% v. norm |
€ 1064,22 |
|
Gebruikte draagkracht |
€ 146,77 + |
|
Normpremie (2006) |
€ 45,00 -/- |
|
Zorgtoeslag (2006) |
€ 70,00 -/- |
|
Verhoogde beslagvrije voet |
€ 1095,99 |
€ 1095,99 |
Beslagruimte per maand |
In te houden per maand |
€ 119,56 |
Maandelijkse inhouding: € 119,56
Vakantiegeld reservering à € 42,92 in juni uitbetalen en inhouden t.b.v. de beslaglegger of aflossing op onze vordering.
Indien de vrijlating vervalt of het inkomen verandert moet je de maandelijkse inhouding t.b.v. beslaglegger of vordering verlagen dan wel verhogen!
Samenvattend (*):
De vrijlating (€ 100,00) gaat volledig naar de beslaglegger!
Toelichting BVV:
!! In de Bermod rekenmodule Beslag, wordt i.p.v. het verhogen van de beslagvrije voet met de gebruikte draagkracht, norm premie en Zorgtoeslag, het besteedbaar inkomen verlaagd met de gebruikte draagkracht en verhoogd met de norm premie en Zorgtoeslag.
Dit geeft hetzelfde resultaat voor de berekening van het aflossingsbedrag.
Alleenstaande (ouder): € 45,00
Gezin: € 83,00
Alleenstaande (ouder): € 70,00
Gezin: € 146,00
In het geval van een jongerennorm kan de premie voor de aanvullende ziektekostenverzekering hoger zijn dan het maandelijks af te dragen bedrag. De beslagruimte bestaat dan alleen uit een deel van het vakantiegeld.
Let op: bij klanten in een inrichting is de beslagvrije voet de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met twee derden van de bijstandsnorm genoemd in artikel 23 van de Wet werk en bijstand.Houd daarbij ook rekening met de ten laste blijvende aanvullende en nominale premie ZVW, onder aftrek van de Zorgtoeslag en het bedrag van de verhoging PT, bedoeld in artikel 23, tweede lid WWB. Voor deze situatie kun je Bermod niet gebruiken.
Rekenvoorbeeld alleenstaande (bedragen per 1-1-2011)
Beslagruimte 1/3 x PT norm |
(1/3 x € 292,57) |
€ 97,52 |
|
|
|
AV Plus Amsterdam |
€ 146,77 |
|
Normpremie |
€ 45,00 -/- |
|
Zorgtoeslag |
€ 70,00 -/- |
|
|
----------------- |
|
Verlaging beslagruimte |
€ 31,77 |
€ 31,77 -/- |
Reservering VT |
|
€ 14,63 -/- |
|
|
--------------- |
Beslagruimte |
|
€ 51,12 |
|
|
|
Is er wel een positieve verklaring derdenbeslag afgegeven, maar zijn er geen gelden aan de deurwaarder overgemaakt? Dan kan de deurwaarder per exploot een bevel tot betaling uitbrengen.
Is het een verzuim van DWI dat er nog geen inhouding op de uitkering is gedaan? Dan moeten de achterstallige inhoudingen alsnog worden voldaan. DWI kan de achterstallige bedragen niet direct inhouden op de uitkering ten laste van de beslagvrije voet. Bij achterstallige inhoudingen moet het meerdere worden ingehouden nadat het volledige bedrag van het beslag is afgelost. De dienst moet het bedrag dus eerst voorschieten. Voor de bijkomende kosten die in het exploot staan, is DWI zelf aansprakelijk.
Een deurwaarder kan ook een bevel tot betaling sturen als uit de verklaring derdenbeslag niet duidelijk blijkt dat inhouding niet mogelijk is. Bijvoorbeeld als er een beslag ligt dat voorrang heeft en DWI al inhoudingen aan de andere deurwaarder of beslaglegger overmaakt.
DWI is dan niet aansprakelijk voor niet- ingehouden termijnen (art.478, lid 2 Rv), maar wel voor de kosten van het bevel tot betaling. Deze moeten aan de deurwaarder worden betaald.
Let op: bij derdenbeslag leiden verzuim of onvolledigheid al snel tot onnodige kosten voor DWI. Het is dus zaak om de verklaring derdenbeslag zo duidelijk mogelijk in te vullen, zeker waar het gaat om andere beslagen. Is er na het invullen en versturen daarvan actie nodig? Ga meteen na of DWI moet inhouden.
Blijft DWI in gebreke, en doet zij geen verklaring derdenbeslag of voert zij het beslag niet uit? Dit kan dat tot een gerechtelijke procedure leiden. De deurwaarder stuurt dan een dagvaarding. Zie ook §12.4.2.2 De sommatie. De dagvaarding lijkt op de andere exploten, maar halverwege het voorblad staat “gedagvaard”. Even verder staan de datum, het tijdstip en de plaats van de zitting van de rechtszaak.
Als het zover is gekomen, moet het dossier met alle beslagstukken, ook van andere beslagen, met spoed naar de afdeling Juridische Zaken (JZ). Die afdeling onderhandelt met de deurwaarder over intrekking van de dagvaarding. Blijft de deurwaarder bij de dagvaarding, dan moet de gemeente-advocaat voor DWI verweer voeren op de zitting.
Wordt de uitkering definitief beëindigd en loopt er nog een beslag?
Een beslag herleeft niet als een klant een nieuwe uitkering aanvraagt. Je hoeft dan geen contact met de deurwaarder op te nemen. Deze zal opnieuw beslag moeten leggen. Dit geldt niet als ambtshalve, na bezwaar of beroep of na heraanvraag, aansluitend aan een beëindigde uitkering de bijstandsuitkering wordt voortgezet.
Achtergrond
Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 is elke burger verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Deze wettelijke verzekeringsplicht moet ervoor zorgen dat iedereen over een adequate zorgverzekering beschikt en daaraan een (grotendeels inkomensafhankelijke) financiële bijdrage levert.
Omdat zorgverzekeringen privaatrechtelijke verzekeringsovereenkomsten zijn, kunnen verzekeraars polissen beëindigen bij wanbetaling. Het gevolg daarvan is dat de doelstelling van de Zorgverzekeringswet (iedereen is verzekerd) in gevaar komt. Om dat te voorkomen heeft de rijksoverheid in de loop van 2006 met zorgverzekeraars afgesproken dat zorgpolissen bij wanbetaling in principe niet worden beëindigd en dat verzekeraars daarvoor door het Rijk worden gecompenseerd.
Om de druk op wanbetalers te verhogen is per 1 september 2009 in de Zorgverzekeringswet de mogelijkheid gecreëerd een preferente bestuursrechtelijke premie op te leggen, zodra een betalingsachterstand is ontstaan van zes maandpremies. Deze bestuursrechtelijke premie is hoger dan de reguliere premie voor de basisverzekering en wordt (waar mogelijk) ingehouden op loon, pensioen of uitkering van de wanbetaler, oftewel aan de bron. Daarom wordt deze invorderingsmaatregel ook wel “broninhouding” genoemd.
Traject voorafgaand aan bestuursrechtelijke premieheffing
Manen
Wanneer iemand de premie voor de basisverzekering niet voldoet, zal de zorgverzekeraar eerst de verzekerde manen alsnog te betalen.
Tweedemaandsbrief
Bij een betalingsachterstand van twee maandpremies biedt de zorgverzekeraar de verzekerde een betalingsregeling aan inclusief een machtiging voor automatische incasso van toekomstige premies. De zorgverzekeraar verstuurt de zogenaamde “tweedemaandsbrief”. De verzekerde heeft vier weken de tijd om de per brief voorgestelde betalingsregeling te accepteren.
Vierdemaandsbrief
Bij een betalingsachterstand van vier maandpremies waarschuwt de verzekeraar de verzekeringnemer voor de naderende bestuursrechtelijke premieheffing. De zorgverzekeraar verstuurt hiervoor de zogenaamde vierdemaandsbrief. Tevens wordt de verzekeringnemer gewezen op de mogelijkheid om bij de verzekeraar bezwaar te maken tegen het bestaan van de schuld of de achterstand.
Aanmelding bij het CVZ
Bij een achterstand van zes maandpremies meldt de verzekeraar de verzekeringnemer aan bij het CVZ. De zorgverzekeraar houdt de wanbetaler verzekerd voor de basisverzekering maar brengt de maandelijkse premie niet langer in rekening. Ter compensatie hiervoor ontvangt de verzekeraar een bijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds. De schuld bij de zorgverzekeraar blijft bestaan; deze gaat door met de incasso hiervan. Betaling van bestuursrechtelijke premie leidt niet tot aflossing op de schuld aan de zorgverzekeraar.
Wanneer de het CVZ overgaat tot inning, dan wordt er niet langer de zorgverzekeringspremie geïnd, maar de bestuursrechtelijke bestuurspremie. De hoogte van de bestuursrechtelijke premie is 130% van de standaardpremie. De standaardpremie is een begrip uit de Wet op de zorgtoeslag en dat komt overeen met de gemiddelde premie die zorgverzekeraars vragen voor de basisverzekering. De hoogten van deze premies worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.
Voor 2010 waren deze bedragen:
Voor 2011 zijn deze bedragen:
Zoals blijkt uit het traject voorafgaand aan de bestuursrechtelijke premieheffing, is de verzekerde voldoende geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van wanbetaling en zijn er betalingsregelingen geboden. M.a.w. er zijn voor de klant veel mogelijkheden geweest om de bestuursrechtelijke premieheffing te voorkomen.
Wanneer een klant zich dan ook beklaagt over de bestuursrechtelijke premie, verwijs de klant dan naar de eigen zorgverzekeraar. Het heeft geen nut om namens de klant contact op te nemen met het CVZ om de broninhouding op te heffen. DWI heeft bij de broninhouding, slechts één (wettelijk verplichte) taak en dat is om het opgegeven bedrag in te houden en over te maken aan het CVZ. Verzuim van deze taak kan resulteren in onnodige kosten voor DWI.
Het CVZ kan de bestuursrechtelijke premie op verschillende manieren innen, zo ook via broninhouding. Wanneer het CVZ weet wat de (hoogste) inkomensbron is van een verzekerde zal zij de betreffende broninhouder verplichten een maandelijkse broninhouding te doen, mits deze hoog genoeg is om het volledige bedrag van de bestuursrechtelijke premie op in te houden.
De broninhouding heeft een zeer hoge preferentie; het is een netto inhouding op de inkomensbron die eerste in rang is, direct na de loonheffing voor de belastingdienst, inhoudingen premies sociale verzekeringen en de werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet.
Deze broninhouding gaat daarom voor ieder beslag, dus ook beslag dat door de belastingdienst is gelegd! Zie verder ook 12.5.2.3 broninhouding en inhouding beslag.
Omdat minima door een broninhouding van 130% van de standaardpremie onder de beslagvrije voet terecht kunnen komen, wordt op hun inkomen 100% (in 2010: € 105,17; in 2011: € 114,58 ) van de standaardpremie via broninhouding geïnd. Voor de overige 30% (in 2010: € 31,55; in 2011: € 34,37) ontvangen zij een acceptgiro van het CJIB.
Wanneer het CVZ broninhouding wil laten plaatsvinden bij klanten van de DWI, dan houdt het CVZ al rekening houden met het percentage van honderd.
Zoals gezegd wordt voor de resterende 30% (in 2010: € 31,55: in 2011: € 34,37) van de bestuursrechtelijke premie een acceptgiro aan de klant gestuurd. Wanneer de klant deze niet betaalt, ook niet nadat de klant hiertoe gemaand is, dan zal het CJIB een dwangbevel tegen de klant uitvaardigen. Wanneer er een dwangbevel is uitgevaardigd, zal het CJIB de resterende 30% van de bestuursrechtelijke premie via vereenvoudigd derdenbeslag (op de uitkering) kunnen innen.
Wanneer het CVZ de broninhouding toepast op de uitkering van een klant, kan het voorkomen dat er al beslag ligt op de uitkering door bijvoorbeeld een deurwaarder. Dan moet de vordering van het CVZ in het deurwaarderstraject worden ingebracht. Inhouding op het netto-inkomen gaat namelijk voor op het loonbeslag. Omdat de bestuursrechtelijke premie de zorgpremie vervangt, heeft dit gevolgen voor de beslagvrije voet. De deurwaarder die al beslag had gelegd, moet de beslagvrije voet opnieuw vaststellen, waarbij rekening moet worden gehouden met gewijzigde kosten voor de zorgverzekering.
DWI gaat zelf niet de beslagvrije voet van de eerste beslaglegger aanpassen, die moet de beslaglegger zelf doen. DWI blijft gewoon inhouden wat de beslaglegger heeft opgegeven!
DWI kan wel z.s.m. de beslaglegger informeren dat het CVZ broninhouding gaat plegen. DWI kan de beslaglegger dan ook verzoeken de beslagvrije voet aan te passen en dat z.s.m. schriftelijk de DWI mee te delen. Pas dan kan DWI namelijk de inhoudingen aanpassen aan de nieuwe situatie.
Als de beslaglegger niet op tijd een nieuwe beslagvrije voet heeft doorgegeven en er is dus teveel aan de beslaglegger overgemaakt, dan moet de beslaglegger ervoor zorgen dat het teveel ontvangen bedrag uiteindelijk bij de klant terecht komt.
Het CVZ kan de bestuursrechtelijke premieheffing beëindigen, in vier verschillende situaties:
1. De gehele schuld is afgelost
Hiermee wordt niet alleen de zes maanden premieachterstand bedoeld. Ook alle “uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden” moeten zijn afgelost. Hieronder vallen naast de premieachterstand ook eventuele achterstallige betalingen voor het verplicht of vrijwillig eigen risico, eigen betalingen, rente en incassokosten. Pas wanneer al deze schulden zijn afgelost, eindigt de bestuursrechtelijke premieheffing.
2. De WSNP wordt van toepassing verklaard
Wanneer een klant (voorlopig) tot de WSNP is toegelaten door een uitspraak van de Rechtbank, dan zal het CVZ de bestuursrechtelijke premieheffing beëindigen.
3. Een schuldstabilisatieovereenkomst is gesloten
Dit is een overeenkomst tussen schuldenaar en schuldhulpverlener en is bedoeld om in een tijdelijke stabilisatiefase de inkomsten en uitgaven van de schuldenaar in evenwicht te brengen. Ondertekening van een dergelijke overeenkomst door de schuldenaar leidt tot afmelding door de zorgverzekeraar bij het CVZ.
Let op! Een stabilisatieovereenkomst zorgt er alleen voor dat de zorgverzekeraar voor maximaal acht maanden de klant niet zal aanmelden bij het CVZ. Na deze periode verwacht de zorgverzekeraar wel een definitieve schuldenregeling waarmee in ieder geval de zorgverzekeraar akkoord is gegaan! De bronheffing is met het ondertekenen van een stabilisatieovereenkomst niet definitief van de baan.
4. Schuldbemiddeling/schuldsanering is overeengekomen
Indien alle betrokken schuldeisers instemmen met schuldbemiddeling of schuldsanering eindigt de bestuursrechtelijke premieheffing.
De beslissing om de bestuursrechtelijke premieheffing te beëindigen is aan het CVZ. DWI kan niet op de zaken vooruit lopen, wanneer bijvoorbeeld al bekend is dat een klant is toegelaten tot de WSNP en zelf de inhoudingen voor het CVZ staken. Dit moet altijd eerst schriftelijk meegedeeld worden door het CVZ. Pas wanneer het CVZ schriftelijk meedeelt dat er geen inhoudingen meer verricht hoeven worden, dan kan DWI pas stoppen hiermee!
DWI moet de bestuursrechtelijke premie maandelijks overmaken naar het CVZ op bankrekeningnummer 24.03.37.018 (Fortis Bank). Het CVZ is in Socrates bekend onder administratienummer 4396529.
Bij de overmakingen moet de DWI verder nog aan de volgende voorwaarden voldoen:
De tips en waarschuwingen die vermeld staan onder 12.2 – voldoe binnen termijnen aan verplichtingen en maak voldoende kopieën, afschriften en (telefoon)gespreksnotities – gelden ook bij de bestuursrechtelijke premieheffing. Daarnaast zijn er nog een aantal andere zaken, die in de gaten gehouden moeten worden:
Correspondentieadres
CVZ
Postbus 22710
1100 DE Amsterdam Zuidoost
Vermeld bij elk schriftelijk contact met het CVZ altijd het burgerservicenummer (BSN) van de klant waar het om gaat.
Internet
www.cvz.nl