Achtergrond en doelstelling
In dit hoofdstuk staat wat de klant kan ondernemen tegen Dienst Werk en Inkomen:
§11.7 Inzage in persoonsgegevens behandelt de procedure bij inzage in het persoonsdossier en §11.8 Verklaring omtrent inkomen en vermogen (VIV) de wijze van afgifte van de Verklaring omtrent inkomen
en vermogen.
Tip: controleer het besluit als de klant het er niet mee eens is. Er kan een verschrijving of vergissing zijn opgetreden. Herstel de fout dan zelf. Zo voorkom je een tijdrovende en kostbare bezwaarprocedure.
De afdeling Juridische Zaken betaalt de kosten voor rechtsbijstand als deze in de beschikking op bezwaar zijn toegekend. Houd
rekening met eventueel aangevraagde en toegekende bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtshulp. Zie §11.6.1 Kosten van rechtsbijstand.
Beslistermijn
Neem de beslissing op een WWB- of een Ioaw-aanvraag binnen acht weken vanaf de intakedatum (de ontvangstdatum). Deze beslistermijn staat (voor de WWB) in Artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in Artikel 16 van de Ioaw. In de uitzonderlijke situatie, dat de beslistermijn buiten de schuld van klant niet gehaald kan worden, moet klant daarover geïnformeerd worden (label 9012). Noem daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel genomen zal worden. Deze termijnverlenging heeft geen invloed op de taakstellingen met betrekking tot tijdigheid.
Hersteltermijn
Heeft de aanvrager niet alle gevraagde gegevens ingeleverd?
Buiten behandeling stellen
Levert de klant de gevraagde gegevens niet binnen de hersteltermijn in?
Levert de klant bij een nieuwe aanvraag alsnog de eerder ontbrekende gegevens in?
Verschijnt de klant niet op de intake-afspraak bij de DWI?
Bezwaar
De klant kan bezwaar maken bij Burgemeester en Wethouders
tegen:
Bezwaarclausule
Neem in elk besluit een bezwaarclausule op. Hierin staat dat de klant een bezwaarschrift kan indienen:
Afhandeling van het bezwaarschrift
De bezwaarschriften worden behandeld door de medewerkers Bezwaar van de afdeling Juridische Zaken (JZ). Eén persoon (en niet een commissie) behandelt het bezwaarschrift.Dit kan door een besluit van B&W op basis van de Verordening behandeling van bezwaar- en beroepschriften.
Deze behandeling houdt in:
De beslissing op het bezwaarschrift
De medewerker Bezwaar neemt de beslissing namens het College van B&W. Het oordeel kan zijn dat het bezwaar gegrond, ten dele gegrond, ongegrond, of niet-ontvankelijk is.
Uitvoering beslissing
De medewerker Bezwaar stuurt de beslissing aan het betrokken Werkplein. Ook een klant kan zich op het Werkplein melden met het besluit.
Handel de beslissing op bezwaar met voorrang binnen vijf werkdagen af.
Om de beslissing op bezwaar uit te voeren hoef je niet opnieuw een primair besluit te (laten) nemen.
Dit moet wel als dit uitdrukkelijk staat in de beslissing op bezwaar.
Voeg het document in het dossier onder het tabblad Besluiten.
Beroep
Tegen de beschikking op bezwaar kan de klant binnen zes weken beroep aantekenen
bij de rechtbank (Artikelen 6:7 en 8:1Awb).
Hierna kan hij in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De klant richt zijn beroepschrift direct aan de rechtbank. De senior medewerkers Beroep van de afdeling Juridische Zaken (JZ) behandelen de beroepschriften. De medewerker van JZ stuurt de uitspraak van de rechtbank aan het betrokken Werkplein
Let op: Meldt een klant zich op het Werkplein met de uitspraak? Verricht een uitbetaling van bijstand op basis van de uitspraak pas na ontvangst van de uitspraak via JZ. Eventuele griffie- en proceskosten worden via afdeling JZ betaald.
Doorzendplicht
Ontvang je op het Werkplein een brief van een klant die je kunt beschouwen
als bezwaar- of beroepschrift, dan geldt er een doorzendplicht:
Voorschot
Met ingang van 2007 hebben mensen die bijstand aanvragen recht op een voorschot van minimaal 90 procent van de bijstandsuitkering (Artikel 52). Zij hoeven niet om een voorschot te vragen. Het voorschot moet binnen vier weken na de aanvraag worden uitbetaald en vervolgens iedere vier weken totdat de uitkering ingaat. Het hebben van enig spaargeld heeft geen gevolgen voor het recht op voorschot, Zie verder hoofdstuk 3,2,4.1
Voorzitter van Gedeputeerde Staten
Weigert de Dienst Werk en Inkomen een voorschot te geven, dan kan de klant een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzitter van Gedeputeerde Staten (Artikel 81. Onverwijlde bijstand).
Deze mogelijkheid bestaat alleen voor algemene bijstand; niet voor bijzondere bijstand en niet voor Ioaw- en Ioaz-aanvragers.
Voorzieningenrechter van de Rechtbank
Is het besluit over de verlening van bijstand al verzonden? Of is de beslistermijn verstreken? Dan kan de klant een voorlopige voorziening aanvragen bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank.
De klant moet dan wel eerst bezwaar hebben ingediend bij B&W. Is er géén bezwaar ingediend, dan wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk verklaard. Deze “eis van connexiteit” geldt ook voor Ioaw- en Ioaz-aanvragers (Artikel 8:81Awb).
De afdeling Juridische Zaken behandelt de verzoekschriften om een noodvoorziening of een voorlopige voorziening bij Gedeputeerde Staten en de Rechtbank.
Handel uitspraken van de voorzitter van Gedeputeerde Staten en de rechter met voorrang binnen vijf werkdagen af.
Voeg daarna het document in het dossier achter het tabblad Besluiten.
Is de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure dat DWI met terugwerkende kracht bijstand moet uitbetalen?
Ga dan als volgt te werk:
Vaak blijkt dat de klant is onderhouden door familie, vrienden en buren en door charitatieve instellingen of kerken;
Achtergrond
De klant kan een klacht indienen over een procedure, over gedrag of een werkwijze van
een afdeling van de Dienst Werk en Inkomen of van een individuele ambtenaar.
Het klachtrecht staat in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente is verplicht de klachten te registreren en jaarlijks verslag te doen. Het doel is van de klachten te leren en daarmee de dienstverlening te verbeteren.
Procedure
De klant dient een klacht in:
Stuur de klacht altijd voor registratie door aan het Klachtenteam van de afdeling Juridische Zaken. Stel een telefonische klacht eerst op schrift.
De afhandeling van klachten geschiedt door de medewerkers Klachten van de afdeling Juridische Zaken. Bij bejegeningsklachten wordt contact opgenomen met de leidinggevende, en wordt een afspraak gemaakt over wie de klacht met de medewerker bespreekt
De medewerker Klachten stuurt een afschrift van de klacht en de afdoeningsbrief aan het betrokken Werkplein om in het klantdossier te voegen.
Afschrift van de afdoening van een bejegeningsklacht wordt gezonden aan de betrokken medewerker en aan diens leidinggevende.
Van een bejegeningsklacht wordt géén kopie in het klantdossier bewaard.
Na afdoening wordt de klacht centraal gearchiveerd.
Gemeentelijke ombudsman
De klant kan klagen bij de gemeentelijke ombudsman als hij het niet eens
is met:
De Gemeentelijke ombudsman stelt dan een onderzoek in.
Tegen het oordeel over de klacht is geen beroep mogelijk.
Klachten over ketenpartners
Heeft de klant een klacht over een ketenpartner van DWI, dan moet hij deze indienen bij de betreffende organisatie. Als de klacht bij DWI binnenkomt, dan moet deze worden doorgezonden via het Klachtenteam van DWI.
Is het Klachtenteam van DWI op de hoogte van de klacht, dan vraagt zij de organisatie om een afschrift van de afdoeningsbrief van de klacht en houdt ook de termijnen in de gaten. Het Klachtenteam van DWI houdt op die manier de regie over de bij hen bekende klachten over ketenpartners.
Als de klant niet tevreden is over de afdoening door de betreffende organisatie dan kan hij rechtstreeks naar de Gemeentelijke Ombudsman, zoals hiervoor beschreven.
NB Het gaat hierbij om klachten over de organisatie en niet over de verwijzing of aanmelding als zodanig.
Het komt voor dat de klant een andere klantmanager/inkomensconsulent wil. Met de Gemeentelijke Ombudsman is het volgende afgesproken.
Voor het wisselen van klantmanager/inkomensconsulent wordt de volgende richtlijn gehanteerd:
Het verzoek wordt in beginsel door de Teammanager behandeld. De Teammanager beslist of klant een andere klantmanager/inkomensconsulent krijgt. De Teammanager hoort de klant (dit kan telefonisch) en de betreffende medewerker. Mocht tot een afwijzing van het verzoek besloten worden, dan gebeurt dit schriftelijk en gemotiveerd. De klant moet in die brief ook gewezen worden op de mogelijkheid om over de afwijzing een klacht bij het Klachtenteam in te dienen.
Mocht aan het verzoek een serieuze bejegeningsklacht ten grondslag liggen, dan behandelt het Klachtenteam het verzoek.
De schade kan bestaan uit:
Bezwaarprocedure
Op verzoek van de klant vergoedt DWI de kosten voor professionele
rechtsbijstand in de bezwaarprocedure indien het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard (Artikel 7:15 Awb).
• De medewerkers Bezwaar behandelen het verzoek.
Beroepsprocedure
De rechter oordeelt over een eventuele vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand in de beroepsprocedure.
Eigen bijdrage in de kosten van de rechtshulp
De klant kan bij het Werkplein bijzondere bijstand aanvragen voor de eigen bijdrage in de kosten van rechtshulp. Dit kan alleen als uit het diagnose document van het Juridisch Loket blijkt dat de rechtshulp noodzakelijk is. Zie ook hoofdstuk 9.7.6.1, Eigen bijdrage rechtshulp.
Krijgt de klant gelijk in de bezwaar- of beroepsprocedure? En heeft hij recht op vergoeding van de proceskosten? Dan kan er sprake zijn van een dubbele betaling. Probeer dit te voorkomen door verrekening. Lukt dit niet, laat dan de bijzondere bijstand terugbetalen. Neem hiervoor bij twijfel contact op met de afdeling Juridische Zaken.
Indien een klant aangeeft schade te hebben geleden door vertraging in de uitbetaling van een geldsom (bijvoorbeeld zijn uitkering), dan kan hij aanspraak maken op vergoeding van de wettelijke rente. Klant hoeft hiervoor niet aan te tonen dat daadwerkelijk sprake is van geleden schade. De wettelijke rente wordt geacht de schade die is ontstaan door het te laat betalen van de uitkering te compenseren. Er is dus geen reden om incassokosten e.d. separaat te vergoeden.
Daarnaast kan er nog wel sprake zijn van schade als direct gevolg van het feit dat er geen recht op uitkering bestond. Het moet daarbij gaan om kosten die niet voortvloeien uit het door de intrekking van de uitkering voortvloeiende gemis aan inkomsten, maar uit de als gevolg van de intrekking van rechtswege ontstane wijziging van de status van uitkeringsgerechtigde in niet-uitkeringsgerechtigde. De klant moet deze schade wel kunnen aantonen.
Vergoeding van wettelijke rente vindt plaats:
De afdeling JZ beslist over de toekenning van vergoeding van wettelijke rente en schade als gevolg van het feit dat geen recht op uitkering bestond. De afdeling JZ verzorgt tevens de uitbetaling.
Overige verzoeken om schadevergoeding worden in de regel behandeld door de medewerkers AJZ (Algemeen Juridische Zaken) van de afdeling Strategisch beleid. Het gaat dan met name om verzoeken betreffende
Een aantal personen en instanties kan verzoeken om inzage in dossiers. Dit inzagerecht is gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). In deze paragraaf staan de procedures die je daarbij moet volgen.
DWI is verplicht de gegevens van haar klanten geheim te houden. De klant zelf heeft wel recht op inzage in zijn dossier, zij het met redelijke tussenpozen (artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens). De klant kan voor inzage iemand machtigen (§ 11.7.2 Inzage door gemachtigden).
Procedure
Voor de inzage moet de klant het bovenste deel van formulier F100 invullen
en ondertekenen. Dat is het verzoek om inzage.
Inzage is alleen mogelijk met redelijke tussenpozen. Houd daarom bij wanneer de klant inzage heeft gehad. Bewaar een kopie van het formulier F100 in het dossier of maak een aantekening in de rapportage. Bij twijfel bepaalt de teammanager wat een redelijke tussenpoos is.
Hangt de inzage samen met een bezwaarschrift? Dan kan, in overleg, de afdeling Juridische Zaken (medewerker Bezwaar) het verzoek om inzage afhandelen
Vraag de klant om zijn legitimatie: verifieer aan de hand van de identiteitsbewijzen in het dossier of degene die om inzage vraagt, dezelfde is als die waarvan de gegevens in het dossier staan.
De klant mag zijn hele dossier inzien, dus ook de rapportages. Hij mag ook zijn digitale dossiers inzien zoals NUS, Histor en Raak (zie 11.7.5). Let daarbij op het volgende:
Na de inzage vult de klant het onderste deel van het formulier F100 in. In dat deel kan hij aangeven of hij voldoende inzage heeft gehad en of hij wijzigingen in zijn dossier wil. Geef altijd de doorslag van het formulier mee. Daarop staat namelijk wat de klant kan doen als hij ontevreden is over de inzage.
Klant kan iemand machtigen zijn dossier in te zien. Indien nodig moet, voorafgaande aan de inzage, informatie over derden onleesbaar worden gemaakt. Zie verder 11.7.1.
De klant kan ook rapportages van de afdeling Controle & Opsporing inzien. Houd hierbij rekening met de privacy van derden. Indien nodig moet, voorafgaande aan de inzage, informatie over derden onleesbaar worden gemaakt.
Wil de klant een proces-verbaal inzien dat door Controle & Opsporing is opgemaakt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek? Dan moet hij eerst een verzoek richten aan het Openbaar Ministerie via de Officier van Justitie.
De klant kan inzage krijgen in de gegevens die zijn vastgelegd in geautomatiseerde systemen. Meestal zal het gaan om gegevens uit NUS, Histor of BVS. Maak dan uitdraaien en geef daar uitleg bij.
Als uitdraaien niet mogelijk zijn, verstrek dan een verklaring waarin staat welke gegevens zijn vastgelegd en waarom.
Re-integratiepartners kunnen informatie opvragen uit het klantdossier. Zie Hoofdstuk 1 Re-integratie voor de regels van deze informatie-uitwisseling.
Niet-gemachtigde derden kunnen alleen maar inzage krijgen in de gegevens die op hen zelf betrekking hebben. Dus niet in de gegevens van de klant. Vaak is het voldoende om mondelinge inlichtingen of kopieën van bepaalde gegevens te verstrekken.
Als een onderhoudsplichtige het dossier van de onderhoudsgerechtigde wil inzien, gelden de volgende regels:
Ontvang je een verzoek om dossierinzage voor justitiële of veiligheidsonderzoeken? Zend het verzoek dan door naar de afdeling Controle & Opsporing. Daar vindt de beoordeling, coördinatie en afwikkeling plaats.
Als instituten voor (wetenschappelijk) onderzoek in hun onderzoeken dossiers van klanten willen betrekken, moeten zij hun verzoek om inzage richten aan de sectie Uitvoeringsbeleid van de afdeling Kennis en Kwaliteit.
DWI is verplicht inlichtingen te verstrekken aan de instanties die in Artikel 67 Inlichtingenverplichting gemeenten staan. In de regel gebeurt dit schriftelijk.
Als een klant vraagt om correctie van gegevens uit het dossier:
Als een klant een kopie vraagt van gegevens uit zijn dossier:
De (team)manager kan een verzoek tot dossierinzage weigeren (artikel 43 Wbp). Dit gebeurt in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld:
Het besluit moet de reden van de weigering bevatten.
Vermeld in de bezwaarclausule dat bezwaar kan worden gemaakt bij Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, Bestuursdienst, Directie Juridische Zaken, t.a.v. de Bezwarencommissie, Postbus 202, 1000 AE Amsterdam.
Stuur een kopie van het besluit naar de sectie Algemeen Juridisch Zaken (AJZ) van de afdeling Strategisch Beleid.
Per 1 april 2006 is een nieuwe wettelijke regeling van kracht met betrekking tot gesubsidieerde rechtsbijstand. Door deze nieuwe regeling is de VIV komen te vervallen. Er is een nieuwe procedure van kracht voor de beoordeling van het inkomen en vermogen, waarbij de gemeente geen rol meer speelt.
Klanten die ná 31 maart 2006 gesubsidieerde rechtbijstand zoeken kunnen het formulier VIValt (“Alternatief voor de Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen”) ophalen bij hun advocaat of rechtsbijstandverlener of downloaden en uitprinten vanaf de site van de Raad voor Rechtsbijstand (Raad voor rechtsbijstand site). Voor de VIValt is een vereenvoudigde manier ontwikkeld om de draagkracht van de klant vast te stellen. Vanaf 1 april 2006 vraagt de Raad voor Rechtsbijstand de financiële gegevens van de aanvrager (en van de eventuele partner) elektronisch op bij de Belastingdienst en verifieert de persoonsgegevens elektronisch bij de Gemeentelijke Basisadministratie. Dit is geregeld in de Wet op de Rechtsbijstand. Hiermee is de gemeentelijke taak van beoordeling van de VIV komen te vervallen.
In de loop van 2011 worden maatregelen van kracht die het gebruik van het Juridisch loket moeten bevorderen. De minimale eigen bijdrage voor rechtshulp gaat omhoog naar 125 euro. Als een procedure tot stand komt na advies van het Juridisch loket wordt die bijdrage verlaagd met 50 euro. Volgens het ministerie van Justitie is daarmee de Wet op de rechtsbijstand als een passende en toereikende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 eerste lid Wet werk en bijstand te beschouwen waardoor geen bijzondere bijstand meer mogelijk is voor de eigen bijdrage.
- voor bezwaarschriften (met uitzondering van WOB en Wbp):
Burgemeester en Wethouders
Postbus 9889
1006 AN Amsterdam
- voor bezwaarschriften WOB en Wbp
Burgemeester en wethouders
Postbus 202
1000 AE Amsterdam,
- De Voorzitter van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Postbus 123
2000 MD Haarlem
- Rechtbank Amsterdam, sector Bestuursrecht
Postbus 75850
1070 AW Amsterdam
- De Centrale Raad van Beroep
Postbus 16002
3500 DA Utrecht
- Dienst Werk en Inkomen
Dienstencentrum, afdeling Juridische Zaken
Herikerbergweg 290
1101 CT Amsterdam
Dienst Werk en Inkomen
Strategisch Beleid, Algemeen Juridische Zaken
Jan van Galenstraat 323
1056 CH Amsterdam
Gemeentelijke Ombudsman
Amsterdam-Almere-Landsmeer-Oostzaan-Waterland-Weesp-Zaanstad
Singel 250
1016 AB Amsterdam