Dit hoofdstuk bevat een overzicht van alle in de WWB vermelde verplichtingen:
Ook wordt uitgelegd in welke gevallen klanten ontheffing kunnen krijgen van bepaalde verplichtingen, zie 7.1 Verplichtingen tot arbeidsinschakeling.
Dit hoofdstuk onderscheidt re-integratieverplichtingen van andere verplichtingen.
Van de klanten wordt verwacht dat zij de opgelegde verplichtingen naleven. Daarom is dit hoofdstuk niet los te zien van Hoofdstuk 8. Afstemming WWB.
Uitgangspunt
Bij toekenning van bijstand legt DWI aan de klant de verplichtingen tot arbeidsinschakeling op. Een individuele beoordeling is nodig om vast te stellen welke verplichtingen voor een klant gelden. De klant kan van één of meer verplichtingen tijdelijk ontheffing krijgen als daar een dringende reden voor is.
Volgens Artikel 9 WWB Plicht tot arbeidsinschakeling :
Vermeld de verplichtingen altijd in een besluit, zowel bij de toekenning van bijstand als bij wijziging van de opgelegde verplichtingen. Met name als er sprake is van actieve sollicitatieplicht moeten de verplichtingen zo concreet mogelijk worden gemaakt. Na een tijdelijke ontheffingsperiode herleven de arbeidsverplichtingen van rechtswege. Hiervoor is geen afzonderlijk besluit nodig.
Algemeen geaccepteerde arbeid is alle legale arbeid. Het gaat om het werk op zich en niet om de vraag of de klant het werk acceptabel vindt.
Uitzonderingen zijn prostitutie (niet algemeen geaccepteerd) en werk in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW).
Bij een aanbod van algemeen geaccepteerd werk moet altijd een individuele beoordeling plaatsvinden. Stel de vraag: wat voor werk kan iemand aan en waarvoor is hij geschikt? Betrek in het oordeel de vaardigheden en lichamelijke gesteldheid van de klant, maar ook de reistijd en bereikbaarheid van het werk.
De klant kan zich bij het zoeken naar werk niet beperken tot het vakgebied waarin hij doorgeleerd heeft of waarin hij werkervaring heeft. Hij moet solliciteren naar alle arbeid die hij zou kunnen verrichten. De klant moet zich dus breed opstellen bij het zoeken naar werk. Dit moet blijken uit zijn sollicitatiegedrag.
Op grond van de WWB zijn klant en partner verplicht naar vermogen arbeid te zoeken en te aanvaarden, ingeschreven te staan als werkzoekende bij het UWV/WERKbedrijf/WERKbedrijf, en gebruik te maken van
door B&W aangeboden voorzieningen. Ook moet de klant meewerken aan gesprekken en onderzoeken met het oog op zijn arbeidsintegratie.
B&W hebben de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van één of meer van deze verplichtingen.
De ontheffing kan uitsluitend tijdelijk worden verleend - en voor niet langer dan 36 maanden.
DWI verleent ontheffingen voor de duur van maximaal een jaar; ook als de keuringsarts heeft vastgesteld dat een klant gedurende een langere periode niet is te belasten met arbeid. Dit omdat DWI iedere klant minimaal eens per jaar wil spreken om te bezien of in de situatie van de klant veranderingen zijn opgetreden. Slechts in uitzonderlijke situaties kan een ontheffing van langer dan een jaar worden gegeven.
In Amsterdam is er voor gekozen om met name ontheffing te verlenen van de actieve sollicitatieplicht. Van de verplichting om mee te werken aan aangeboden voorzieningen of aan een gesprek over of een onderzoek naar re-integratiemogelijkheden wordt in beginsel geen ontheffing verleend. Wel moet bij het aanbieden van een voorziening rekening worden gehouden met de actuele mogelijkheden en belemmeringen van de klant.
Als iemand slechts een beperkt aantal uren per week kan werken, wordt de sollicitatieplicht opgelegd voor het aantal dagdelen dat de klant belast kan worden. Als er een beperking geldt in het aantal dagdelen dat iemand beschikbaar is voor reïntegratie wordt dit uitgedrukt in een verminderde beschikbaarheid. De mate van beschikbaarheid wordt vastgelegd in BVS.
Dringende redenen voor een ontheffing van de actieve sollicitatieplicht kunnen zijn:
Als iemand volledig in beslag wordt genomen door trajectverplichtingen kan dit ook een reden zijn voor een tijdelijke ontheffing van de sollicitatieplicht. Denk daarbij aan de co-schappen voor een vluchteling-arts.
Klanten met een volledige ontheffing van de verplichting tot arbeidsinschakeling, moet worden aangeraden om ingeschreven te bljiven staan bij het UWV/WERKbedrijf.
Hieronder wordt kort ingegaan op welke manier rekening kan worden gehouden met sociale omstandigheden en medische belemmeringen door middel van een ontheffing.
Voor alternatief gestraften gelden soms andere overwegingen, zie Hoofdstuk 4.11 Klanten met psychische problemen.
sociale omstandigheden
Bij sociale omstandigheden is bijvoorbeeld te denken aan situaties in het gezin die – tijdelijk of voor langere duur – zeer veel aandacht vragen van de betrokkene. Het kan een optie zijn om een traject te beginnen met een verminderde intensiteit en naderhand te bezien of de intensiteit verhoogd kan worden. De sollicitatieplicht kan in zo’n geval tijdelijk worden gericht op deeltijdwerk.
Ook het verlenen van mantelzorg kan een sociale omstandigheid vormen waardoor iemand (tijdelijk) minder of niet beschikbaar is voor andere trajectactiviteiten. Overigens kan van een mantelzorger worden verwacht dat hij of zij deze zorg zo mogelijk combi¬neert met activiteiten in het kader van een traject, sollicitaties of betaald deeltijdwerk.
Een mogelijkheid is ook dat het bieden van mantelzorg onderdeel gaat uitmaken van een DWI-traject, gericht op maatschappelijke participatie of arbeidsintegratie.
Het is overigens lastig om ondubbelzinnig vast te stellen hoeveel mantelzorg nodig is, en of niet ook anderen dan de klant deze zouden kunnen verlenen. Een keuring van de verzorgde is niet aan de orde. De verklaring van de klant kan als deze aannemelijk is volstaan. In geval van twijfel kan de klant gevraagd worden een verklaring van de verzorgde over te leggen of eraan mee te werken dat de klantmanager rechtstreeks contact kan opnemen met de verzorgde.
medische belemmeringen
Als een klant aangeeft medische belemmeringen te hebben, wordt hierover in de regel advies ingewonnen om te bezien in hoeverre en op welke manier bij het zoeken van een baan of het aanbieden van voorzieningen hiermee rekening kan worden gehouden. In afwachting van het medisch advies kan voorlopig ontheffing verleend worden, als er voldoende aanleiding is om te verwachten dat het medisch advies tot een ontheffing van de actieve sollicitatieplicht zal leiden of tot een minimale beschikbaarheid.
Vraag geen medisch advies als een gewenste ontheffing ook op andere gronden gegeven kan worden. Een beslissing van het UWV/WERKbedrijf kan (bij samenlopers) ook voldoende basis vormen voor een ontheffing. Vraag in die gevallen geen eigen medisch advies.
Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid (als de aandoening bij behandeling geheel of in belangrijke mate zal verdwijnen) kan eventueel de klant worden gevraagd zijn verklaring hierover te onderbouwen, bijvoorbeeld met een verklaring van de (huis)arts. Let op: het is niet de bedoeling (via de klant) medische gegevens op te vragen bij de (huis)arts van de klant. Wel kan aan de klant worden gevraagd bijvoorbeeld een afsprakenkaart te laten zien. Ook kan de klant worden verzocht aan de (huis)arts een verklaring te vragen waarin staat dat de klant gedurende een bepaalde periode niet belastbaar is met werk of een traject naar werk. Lang niet alle (huis)artsen zullen hieraan hun medewerking willen verlenen. De huisarts is hiertoe ook niet verplicht. In dat geval kun je, indien je gelooft dat de klant wel degelijk te belasten is met (een traject richting) werk, alsnog overgaan tot het aanvragen van een medisch advies.
Voor verlenging van de ontheffing is geen nieuw medisch advies nodig als de klant eerder blijvend volledig arbeidsongeschikt is bevonden, en er geen wijzigingen in de situatie zijn opgetreden.
In de re-integratieladder worden klanten die volledig ontheven zijn (met een beschikbaarheid van 0 uren) ingedeeld in “Trede 1”.
Met ingang van 1 januari 2009 kunnen alleenstaande ouders met een in Nederland woonachtig kind, stiefkind of pleegkind, jonger dan 5 jaar, op grond van artikel 9a om ontheffing van de actieve sollicitatieplicht verzoeken. Deze ontheffing is een recht. Daar komt dan wel een scholingsplicht voor in de plaats. Doel is het bevorderen van duurzame uitstroom.
De keuze is dus:
of:
Als een klant kiest voor een periode van ontheffing en scholing, moet de gemeente binnen 6 maanden daadwerkelijk scholing aanbieden. Hiervoor zijn de bestaande instrumenten en contracten beschikbaar. Heeft een klant nog geen diploma op niveau startkwalificatie, dan moet dat in principe het streefdoel zijn. Doorscholen tot niveau MBO-4 is toegestaan.
De termijn
De ontheffing van de sollicitatieplicht geldt voor maximaal 72 maanden gedurende de hele uitkeringsgeschiedenis van de klant, ongeacht het aantal kinderen. Ook bij wisseling van gemeente, of bij wijziging van uitkering (bij voorbeeld overgang van een werknemersverzekering naar een Wwb-uitkering) loopt die teller door. Het is dus zaak goed bij te houden met ingang van wanneer een klant is ontheven en wanneer de ontheffing weer is komen te vervallen.
Elke uitkeringsgerechtigde, dus ook de partner moet behoudens ontheffing zoals beschreven in paragraaf 7.1.2 Ontheffing van actieve sollicitatieplicht volledig beschikbaar zijn voor werk of voorziening. Daar zijn een aantal uitzonderingen op:
De verminderde beschikbaarheid wegens de verzorging van een kind is pas van toepassing als de ouder er een beroep op doet. De ouder behoudt het recht om tijdens het traject voor de minimale variant te kiezen.
Als een klant om medische redenen slechts een deel van de week kan werken, is er sprake van verminderde beschikbaarheid voor werk. Het medisch advies dient zich echter ook uit te spreken over de belastbaarheid voor trajectactiviteiten. Als de medische beperkingen slechts de aard van het werk betreffen is er in principe geen aanleiding voor verminderde beschikbaarheid.
Verminderde beschikbaarheid kan ook optreden om sociale redenen, bijvoorbeeld wegens de zorg voor een zorgbehoevende partner. Net als bij een ontheffing wordt verminderde beschikbaarheid slechts voor een bepaalde periode (maximaal 36 maanden) toegestaan.
Naast arbeidsverplichtingen worden aan de klant ook andere verplichtingen opgelegd. Ook voor instanties en DWI zelf gelden verplichtingen. Die vind je in deze paragraaf .
De klant is verplicht de Dienst Werk en Inkomen inlichtingen te verstrekken (Artikel 17 Inlichtingenplicht WWB, Artikel 13 Ioaw). Dit geldt voor iedere klant, ongeacht zijn persoonlijke situatie of de aard van de bijstand.
De klant moet zowel uit eigen beweging als op verzoek onmiddellijk alle informatie geven waarvan hij redelijkerwijs moet kunnen begrijpen dat die van belang is voor de arbeidsinschakeling en voor de bijstand.
Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen
De verplichting van de klant om inlichtingen te verstrekken geldt niet voor gegevens die vallen onder de Wet eenmalige gegevensuitvraag. Deze gegevens mogen niet meer aan de klant worden gevraagd maar moeten ontleend worden aan Suwinet / Digitaal Klantdossier (DKD). Het betreft de inschrijving als werkzoekende bij UWV-Werkbedrijf, gegevens van de SVB (kinderbijslag, Anw en Aow), gegevens van de RDW en uitkeringsgegevens van andere gemeenten (WWB, WWIK, IOAW, IOAZ). Ook gegevens uit de GBA, die ontleend kunnen worden aan Suwinet / DKD (landelijk) of die blijken uit baliescherm Paraplu (gemeentelijk) mogen niet meer aan de klant worden gevraagd.
Legitimatieplicht van de klant
De klant is verplicht zich te legitimeren:
Ook bij latere contacten wordt de identiteit vastgesteld aan de hand van geldig paspoort, Nederlandse identiteitskaart of vreemdelingendocument.
Legitimatieplicht van andere personen
Andere personen dan de klant zijn verplicht zich te legitimeren als dat voor de uitvoering van de wet nodig is.
Een rijbewijs is hier wel een geldige legitimatie, bijvoorbeeld voor personen die je bij een huisbezoek op het adres van de klant aantreft..
De Dienst Werk en Inkomen kan de klant ook:
Werkgevers en instanties, maar ook particuliere verhuurders, zijn verplicht om mee te werken aan onderzoek door de Dienst Werk en Inkomen naar de rechtmatigheid van de te verstrekken of verstrekte uitkering. (Zie voor de verplichtingen Artikel 63. Inlichtingenverplichting werkgever en Artikel 64. Inlichtingenverplichting instanties WWB).
Verplichtingen van (de medewerker van) de Dienst Werk en Inkomen:
Verder gelden voor de Dienst Werk en Inkomen natuurlijk de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze wet is te beschouwen als een soort gedragscode voor overheidsorganen.
In de Awb is vastgelegd:
Opschorten van de uitkering is mogelijk, als de inlichtingenplicht wordt geschonden. Zie voor opschorting paragraaf 3.3.